Je kent het gevoel waarschijnlijk. Je komt van de kapper, beweegt je haar even voor de spiegel en plots lijkt het licht overal mee te bewegen. Je haar oogt glad, verzorgd en opvallend glanzend. Een paar weken later kan die glans minder aanwezig zijn, ook al gebruik je nog steeds dezelfde shampoo en conditioner.
Wat is er veranderd?
Een deel van het antwoord zit aan de buitenkant van iedere haarvezel: de haarschubben. Deze microscopisch kleine structuren vormen de beschermende buitenlaag van je haar en hebben een grote invloed op hoe glad, zacht en glanzend je haar eruitziet.
Wanneer het haaroppervlak relatief regelmatig en glad is, kan licht gelijkmatiger worden weerkaatst. Wordt dat oppervlak ruwer, bijvoorbeeld door wrijving, hitte, kleuring of dagelijkse slijtage, dan wordt het licht meer verspreid en kan je haar doffer lijken.
Glans heeft dus niet alleen te maken met welke producten je gebruikt, maar ook met de toestand van het haaroppervlak.
Een haarvezel bestaat uit verschillende lagen. De belangrijkste zijn de cortex, die het grootste deel van de haarvezel vormt, en de cuticula aan de buitenkant. Die cuticula noemen we in gewone taal de haarschubben.
De cuticula bestaat uit verschillende lagen platte, overlappende cellen die een beetje als dakpannen rond de haarvezel liggen. Ze vormen een beschermende buitenlaag rond de cortex. In die cortex bevinden zich onder andere keratinevezels en pigmenten die bijdragen aan de stevigheid, elasticiteit en kleur van je haar.
Je haarschubben vormen het eerste contactpunt met onder andere:
Daarom merk je veranderingen aan deze buitenste laag vaak vrij snel.
Glans is in essentie een optisch verschijnsel. Licht valt op je haar en wordt vervolgens weerkaatst.
Op een relatief glad oppervlak kan een groter deel van dat licht in dezelfde richting worden teruggekaatst. Dat is vergelijkbaar met het verschil tussen licht dat op een gladde tafel valt en licht dat op een ruwe muur schijnt.
Wanneer de buitenkant van de haarvezel onregelmatiger is, wordt het licht meer verspreid. Daardoor ontstaat minder van die duidelijke glans die je vooral op glad vallend haar ziet.
Hoe regelmatiger het haaroppervlak, hoe gelijkmatiger het licht kan reflecteren.
Dat betekent niet dat glanzend haar automatisch beter verzorgd is. Haarkleur, natuurlijke haarvorm, styling en gebruikte producten beïnvloeden de zichtbare glans eveneens. Krullend haar weerkaatst licht bijvoorbeeld anders dan steil haar.
Je haar groeit vanuit de haarwortel, maar zodra de haarvezel buiten de hoofdhuid komt, kan ze zichzelf niet vernieuwen zoals levende huid dat doet.
Je punten zijn het oudste deel van je haar en hebben daardoor al heel wat meegemaakt. Denk aan wassen, borstelen, slapen, föhnen, zonlicht en styling.
De cuticula dichter bij de hoofdhuid is doorgaans minder blootgesteld aan slijtage dan die van de oudere lengtes en punten. Naarmate het haar ouder wordt en meer dagelijkse belasting ondergaat, kan het oppervlak geleidelijk ruwer worden.
Verschillende gewoontes kunnen het haaroppervlak extra belasten:
Eén keer maakt natuurlijk niet meteen een groot verschil. Het is vooral herhaalde belasting die op langere termijn invloed kan hebben op hoe glad je haaroppervlak aanvoelt.
Je kan je haarschubben niet met het blote oog bekijken. Toch merk je aan het gedrag van je haar vaak dat het oppervlak veranderd is.
Je kan bijvoorbeeld merken dat:
Dat verklaart waarom glans, zachtheid en doorkambaarheid vaak met elkaar verbonden zijn. Ze hebben allemaal gedeeltelijk te maken met wrijving en de toestand van het haaroppervlak.
Wanneer je haar dof is, hoef je niet meteen te besluiten dat de haarvezel sterk beschadigd is.
Ook talg, stylingproducten of andere resten op het haar kunnen de lichtreflectie beïnvloeden. Hierdoor kan je haar tegelijkertijd dof, zwaar of futloos aanvoelen.
In zo’n situatie is nog een extra olie of rijk masker niet automatisch de beste oplossing. Misschien gebruik je te veel product of heeft je haar tijdelijk behoefte aan een andere reiniging.
Dof haar kan dus verschillende oorzaken hebben. Een goede routine begint met kijken naar hoe je haar reageert. Wil je beter begrijpen waarom een verzorging bij het ene haartype anders werkt dan bij het andere? Lees dan ook waarom hetzelfde haarproduct anders reageert bij iedereen.
In haarverzorging hoor je vaak dat shampoo de haarschubben opent en conditioner ze daarna weer sluit. Dat is een handige manier om het proces uit te leggen, maar biologisch gezien is het genuanceerder.
Haarschubben zijn geen kleine deurtjes die volledig open en dicht bewegen.
Water, pH, chemische behandelingen en slijtage kunnen wel invloed hebben op onder andere de zwelling, elektrische lading en wrijving van de haarvezel.
Wanneer we zeggen dat conditioner de haarschubben helpt sluiten, bedoelen we in de praktijk vooral dat hij het haaroppervlak gladder kan laten aanvoelen en het ontwarren vergemakkelijkt.
Na het wassen voelen je lengtes soms wat stroever aan. Zodra je conditioner gebruikt, glijdt de kam vaak gemakkelijker door het haar en voelen de lengtes gladder.
Daarom vormt conditioner binnen het Hairborist-verzorgingsritueel de derde fase, na het reinigen. Afhankelijk van je haar kunnen verschillende verzorgingen passen:
Welke conditioner bij je past, hangt vooral af van je haarstructuur en lengtes. Fijn haar heeft meestal minder gewicht nodig dan dik, droog, krullend of poreus haar.
Het doel is dus niet zoveel mogelijk product gebruiken, maar een verzorging kiezen die past bij wat je haar nodig heeft.
De pH van haarproducten klinkt technisch, maar kan invloed hebben op hoe het haaroppervlak zich gedraagt.
Een meer alkalische omgeving kan de wrijving tussen haarvezels verhogen, waardoor het haar stroever of pluiziger kan aanvoelen.
Je hoeft daarom niet zelf met pH-strips aan de slag. Belangrijker is dat je een shampoo kiest die past bij je hoofdhuid en daarna een conditioner gebruikt die aansluit bij de behoeften van je lengtes.
Je merkt misschien dat je haar bij de wortels gladder of glanzender oogt dan in de punten.
Daar is een logische verklaring voor. Je uitgroei is jonger haar, terwijl je punten het oudste gedeelte vormen. Ze hebben dus meer wasbeurten, borstelsessies, zonlicht, styling en wrijving meegemaakt.
Daarom kan het zinvol zijn om je routine per zone te bekijken:
Heb je een hoofdhuid die snel vet wordt, maar droge lengtes? Dan hoeven beide zones dus niet op dezelfde manier verzorgd te worden.
Je hoeft je volledige routine niet om te gooien om je haaroppervlak minder te belasten.
Ontwar nat haar rustig en begin bij de punten. Dep het na het wassen voorzichtig droog in plaats van hard te wrijven. Gebruik warmte bewust en vermijd hogere temperaturen dan nodig. Breng conditioner vooral aan op de lengtes en punten.
Voor lengtes die snel ruw aanvoelen, kan ook een kleine hoeveelheid serum worden gebruikt. Pure Natural Serum wordt op de lengtes en punten aangebracht om het haar te verzachten en verzorgd te laten aanvoelen.
Het doel is niet om beschadigde haarvezels opnieuw biologisch op te bouwen. Het gaat vooral om wrijving beperken, de lengtes verzorgen en het haaroppervlak zo glad mogelijk laten aanvoelen.
Haarschubben zijn microscopisch klein, maar ze hebben een grote invloed op hoe je haar eruitziet en aanvoelt.
Wanneer het haaroppervlak relatief glad en regelmatig is, kan licht gelijkmatiger worden weerkaatst en voelt het haar meestal zachter en makkelijker doorkambaar aan. Wanneer het oppervlak ruwer wordt door slijtage, hitte, chemische behandelingen of wrijving, kan het haar doffer, stroever of pluiziger lijken.
Dat betekent niet dat je moet streven naar een perfect gladde haarvezel. Krullen, natuurlijke haarstructuur, kleur en styling bepalen mee hoeveel zichtbare glans je haar heeft.
De belangrijkste les is eenvoudiger: glans begint niet alleen bij wat je op je haar aanbrengt, maar ook bij hoe je met je haaroppervlak omgaat.
Mild reinigen, conditioner gebruiken, dagelijkse wrijving beperken en je verzorging aanpassen aan je eigen lengtes helpt om die buitenste laag zo goed mogelijk te verzorgen.
En zodra je begrijpt wat haarschubben doen, wordt ook duidelijk waarom porositeit, pH, conditioner, beschadiging en glans zo sterk met elkaar verbonden zijn.
Quiz laden...